fauna

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfɑuna/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) het geheel aan dieren in een gebied
    De fauna van dat eiland is nog zo goed als onveranderd over de laatste driehonderd jaar.

Etymologie

* In de betekenis van ‘dierenwereld’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1822

Vertalingen

Engelsfauna
Fransfaune
DuitsFauna
Spaansfauna
Russischфауна
Chinees動物
Japans動物相