faun

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bosgod en veldgod van de Romeinen

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bos- en veldgod’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1579

Vertalingen

Fransfaune
Spaansfauno