feestdag
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van feestdag?
feestdag betekent: dag waarop feest gevierd wordt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dag waarop feest gevierd wordt
- jaarlijks terugkerende erkende gedenkdag die gevierd wordt
Voorbeelden van "feestdag" in een zin
- En men stelde zich voor hoe de machtige Nicolaas, ieder jaar op zijn feestdag, de duivel in ketenen sloeg en geboeid met zich meevoerde.
- Onder het koken vertelde Barbie mij over zijn werk als hotelmanager en hoe zwaar het was om jarenlang voor dag en dauw op te moeten staan en op alle feestdagen te moeten werken.
Vertalingen
Engelsholiday
Fransjour de fête
DuitsFeiertag
Spaansdía festivo, día de fiesta
Portugeesferiado
Zweedshelgdag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek