fietsband

mannelijk (de)/ˈfitsbɑnt/

Wat is de betekenis van fietsband?

fietsband betekent: een binnen- of buitenband voor een fiets

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een binnen- of buitenband voor een fiets

Voorbeelden van "fietsband" in een zin

  • Die jongen stond op de stoep zijn fietsband te vervangen.

Betekenis en uitleg van fietsband

Een fietsband is het rubberen omhulsel dat om het wiel van een fiets zit. Het zorgt voor grip op de weg en speelt een cruciale rol in het comfort en de veiligheid van het fietsen.

Je gebruikt het woord 'fietsband' vaak wanneer je het hebt over onderhoud van je fiets, bijvoorbeeld bij het vervangen van een lekke band of het oppompen ervan. Het is een term die zowel door fietsers als door monteurs in de fietsenwinkel wordt gebruikt. In de context van fietsen is een goede staat van de fietsband essentieel voor een soepele rit en voorkomt het ongelukken.

Voorbeelden

  • Na het fietsen door de regen merkte ik dat mijn fietsbanden glad waren en besloot ik ze te vervangen.
  • Tijdens de fietstocht kreeg ik een lekke fietsband, wat me dwong om een tijdelijke oplossing te vinden.
  • Het is belangrijk om regelmatig de luchtdruk van je fietsbanden te controleren voor een optimale rijervaring.

Woordoorsprong

Het woord 'fietsband' is samengesteld uit 'fiets', wat verwijst naar het vervoermiddel, en 'band', wat een term is voor een ringvormig voorwerp dat om een wiel zit.

Veelgestelde vragen over fietsband

Wat is de betekenis van fietsband?

fietsband betekent: een binnen- of buitenband voor een fiets

Welk woordgeslacht heeft fietsband?

fietsband is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je fietsband in een zin?

Voorbeeld: “Die jongen stond op de stoep zijn fietsband te vervangen.

Vertalingen

Engelsbike tyre, bicycle tyre
Franspneu de bicyclette
DuitsFahrradreifen
Spaansneumático de bicicleta
Italiaansgomma della bicicletta
Japans自転車用タイヤ
Koreaans자전거 타이어