woorden
boek
Start
›
F
›
fietsbroek
fietsbroek
mannelijk/vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
sport, kleding
(sport) (kleding) strakke korte broek speciaal gemaakt om mee te fietsen vaak met een zeemleren versterking in het kruis.
Verwante woorden
fieteldans
Fieten
Fietje
fiets
fietsaandeel
fietsaccessoires
fietsactie
fietsactiviteit
fietsafdeling
fietsafstand
fietsafstanden
fietsaftrek
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← fietsbrochure
fietsbroeken →