fietsstrook

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van fietsstrook?

fietsstrook betekent: (verkeer) 'rijstrook' voor fietsers die door een streep is afgescheiden van de rijbaan

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) 'rijstrook' voor fietsers die door een streep is afgescheiden van de rijbaan

Voorbeelden van "fietsstrook" in een zin

  • Formeel is een fietsstrook geen rijstrook omdat hij niet breed genoeg is voor een motorvoertuig op vier wielen.