Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

fishstick

mannelijk (de)/ˈfɪʃstɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) rechthoekig staafje gefileerde, gepaneerde vis om te bakken of frituren
    Wie is de uitvinder van de fishstick?
    Snij de zalmfilet in balkjes, ter grootte van een fishstick.

Etymologie

*van "fish stick"