Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
fishstick
mannelijk (de)/ˈfɪʃstɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) rechthoekig staafje gefileerde, gepaneerde vis om te bakken of friturenWie is de uitvinder van de fishstick?Snij de zalmfilet in balkjes, ter grootte van een fishstick.
Etymologie
*van "fish stick"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek