fitten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (techniek) in elkaar passen, pasklaar maken
- (techniek) door omvatting met een fithaak meten
- (techniek) de diepte van boorgaten meten
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘pasklaar maken (van buizen)’ voor het eerst aangetroffen in 1898
Vertalingen
Engelsadjust, install, put right
Spaansinstalar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek