Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

fittie

mannelijk (de)/ˈfΙͺti/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) felle onenigheid
    Het was een wedstrijdje pik opmeten, met gesloten gulp. (…) Hoe ik tegen de fittie aankeek? In het weekend liep ik in het centrum van Rotterdam langs een muurschildering met schrijver Multatuli erop. Daaronder stond: β€žVan de maan af gezien zijn we allen even groot.”
    Maar Kagame kreeg hulp in de (zoals dat zo mooi heet op straat en op Twitter) fittie.

Etymologie

*via straattaal van "feti"