flexibel
/flɛkˈsibəl/
Wat is de betekenis van flexibel?
flexibel betekent: het vermogen hebbend gebogen te worden
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- het vermogen hebbend gebogen te worden
- overdrachtelijk: bereid zich aan te passen
Voorbeelden van "flexibel" in een zin
- Dit stuk rubber maakt een flexibele verbinding mogelijk tussen beide delen van het toestel.
- Het was aan haar flexibele opstelling te danken dat de onderhandelingen niet afbraken.
- Ik wilde flexibeler in het leven staan en zag in dat ik thuis daardoor een veel aangenamere partner en collega zou worden.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buigzaam’ voor het eerst aangetroffen in 1669
Vertalingen
Duitsflexibel
Engelsflexible
Fransflexible
Spaansflexible
csflexibilní
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek