flexibel
Wat is de betekenis van flexibel?
flexibel betekent: het vermogen hebbend gebogen te worden
Betekenis
- het vermogen hebbend gebogen te worden
- overdrachtelijk: bereid zich aan te passen
Voorbeelden van "flexibel" in een zin
- Dit stuk rubber maakt een flexibele verbinding mogelijk tussen beide delen van het toestel.
- Het was aan haar flexibele opstelling te danken dat de onderhandelingen niet afbraken.
- Ik wilde flexibeler in het leven staan en zag in dat ik thuis daardoor een veel aangenamere partner en collega zou worden.
Betekenis en uitleg van flexibel
Het woord 'flexibel' verwijst naar de capaciteit om zich aan te passen aan verschillende omstandigheden of eisen. Iemand die flexibel is, kan makkelijk van plannen veranderen of zich aanpassen aan nieuwe situaties zonder veel moeite.
Je gebruikt 'flexibel' vaak in situaties waarin aanpassingsvermogen gewenst of noodzakelijk is, zoals op het werk of in persoonlijke relaties. Het kan zowel positief als negatief worden ervaren; terwijl flexibiliteit soms wordt gewaardeerd in teamwork, kan te veel flexibiliteit ook leiden tot onzekerheid of gebrek aan structuur. Het woord impliceert een bereidheid om te veranderen en te improviseren.
Voorbeelden
- Onze manager is erg flexibel, waardoor we snel kunnen inspelen op veranderingen in de markt.
- Tijdens de reis bleek dat we flexibel moesten zijn met onze plannen, omdat het weer onverwacht omsloeg.
- Een flexibel werkrooster kan helpen om een betere werk-privébalans te creëren.
Woordoorsprong
Het woord 'flexibel' komt van het Latijnse 'flexibilis', wat 'buigzaam' of 'vatbaar voor verandering' betekent.
Veelgestelde vragen over flexibel
Wat is de betekenis van flexibel?
flexibel betekent: het vermogen hebbend gebogen te worden
Hoeveel betekenissen heeft flexibel?
flexibel heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je flexibel in een zin?
Voorbeeld: “Dit stuk rubber maakt een flexibele verbinding mogelijk tussen beide delen van het toestel.”
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘buigzaam’ voor het eerst aangetroffen in 1669