flikje
/ˈflɪkjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- platte, van boven afgeronde schijfjes chocolaOorspronkelijk ging het om besuikerde schijfjes, naderhand kwamen er ook flikjes die niet waren besuikerd en die ook een andere vorm konden hebben.Het gezin groepte om de radio, moeder schonk nog een kopje thee in, met een mariakaakje van Verkade of een flikje en dan begon het.
Etymologie
*[2] (eponiem), afgeleid van de naam van de 18e eeuwse Amsterdamse fabrikant Casper Flick, die deze lekkernij als eerste op de markt bracht, in de betekenis van ‘chocolaatje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek