floss

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. draadje waarmee men de ruimte tussen de tanden kan reinigen
    Onzekerheid na btw-uitspraak: 6 of 21% op gezichtscrème en floss?
    Maak goed schoon tussen je tanden met ragers, stokers, sticks en floss.

Etymologie

* uit het Engels