fluiten
/ˈflœytə(n)/
Wat is de betekenis van fluiten?
fluiten betekent: (muziek) een fluit bespelen
Betekenis
werkwoord
- (muziek) een fluit bespelen
- met de lippen een geluid dat lijkt op dat van een fluit (als onder [1]) voortbrengen
- met een fluit een signaal geven
- (sport) (bij een sportwedstrijd) als scheidsrechter optreden
- (dierengeluid) een geluid voortbrengen zoals zekere zangvogels
Voorbeelden van "fluiten" in een zin
- De man kon erg goed fluiten en bracht het publiek in vervoering.
- Mijn collega liep de hele tijd te fluiten, zo vrolijk was hij.
- Pogue floot een oude countryhit en Goldie verslond drie pannen pasta en praatte met volle mond aan één stuk door.
- De agent moest fluiten om het verkeer tot stoppen te dwingen.
- Moet jij zaterdag nog fluiten?
Etymologie
*afgeleid van fluit
Uitdrukkingen
- Ergens naar kunnen fluiten — Gezegd als iets van waarde onbereikbaar is (geworden)
Vertalingen
Engelsflute, whistle
Franssiffler
Duitspfeifen
Spaanschiflar, silbar, pitar
Italiaansfishiare
Russischсвистеть
Poolsgrać, gwizdać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek