Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

fluogeel

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fluorescerend geel
    Alleen op deze X-tra ritten was de bestemming op trams aangegeven in fluogeel met zwarte letters.
  2. een fluorescerend gele kleur hebbend
    In mei mag ze vijftig kaarsjes uitblazen, maar om Naomi Campbell kun je nog altijd niet heen. Zo mocht ze tijdens de modeweek in Londen de show van Tommy Hilfiger openen in een grijs en fluogeel ensemble.
    In Wintam, Dendermonde en Melle laat de onderzoeksgroep Ecosysteembeheer (ECOBE) dinsdag fluogele voorwerpen in het water.
    Opmerkelijk is dat een vrouw afgelopen donderdag, ongeveer rond het moment van de verdwijning van Pieter-Jan Huygens, een bericht op Facebook postte dat ze een fluogeel hesje in de Leie zag drijven.