Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
fluweelcotinga
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie (cotinga's). Deze soort komt voor van zuidoostelijk Colombia tot zuidwestelijk Venezuela, noordoostelijk Peru en westelijk en amazonisch centraal Brazilië
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek