fijnheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lieflijk, zacht en teder„Liefelijker geluid is wel nooit van de lippen eens redenaars gevloeid”, zei J. P. Hasenbroek ooit van Johannes Henricus van der Palm (1763-1840), dichter, theoloog, staatsman en hoogleraar (in Leiden). Nicolaas Beets noteerde in zijn dagboek na een eerste ontmoeting met zijn hoogleraar: „De fijnheid van Van der Palm in de conversatie bewonder ik. Hij zegt niets voor niet en alles even goed.” „Men moet Van der Palm zijn, men kan geen Van der Palm gelijken.” Reformatorisch Dagblad 16-07-2012 [https://www.rd.nl/kerk-religie/j-h-van-der-palm-1763-1840-was-begaafd-redenaar-1.266611 J. H. van der Palm (1763-1840) was begaafd redenaar]'Ik kan niet eens beschrijven hoe blij ik me voel met zoveel avocado-fijnheid op tafel," schrijft YouTuber Claire Simon (54.000 volgers) onder haar Instagramfoto van 21 maart jongstleden, waarop ze haar vork en mes in een zorgvuldig gedecoreerd avocadoroosje zet. Het Parool NINA RIJNIERSE 8 MEI 2017 [https://www.parool.nl/amsterdam/waarom-de-avocado-zo-populair-is~a4493188/ Waarom de avocado zo populair is]
- klein en slankUiteindelijk zal de Dornier Do 17Z, bijgenaamd ‘het vliegende potlood’ vanwege de fijnheid van zijn romp, tentoongesteld worden in het museum om ‘een licht te werpen op de opofferingen van jongemannen van beide luchtmachten (Brits en Duits) en andere landen’. De Standaard 04/05/2013 om 15:24 door kld [http://www.standaard.be/cnt/dmf20130504_00567126 Bergingsoperatie van Duitse bommenwerper uit WOII begonnen in Kanaal]
Etymologie
* afleiding van fijn
Vertalingen
Engelsfineness, tenderness, delicacy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek