Fagot

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een houten blaasinstrument met dubbelriet

Etymologie

* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘blaasinstrument’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Engelsbassoon
Fransbasson
DuitsFagott
Spaansfagot
Italiaansfagotto
Portugeesfagote
Zweedsfagott