fagocytose
vrouwelijk (de)/ˌfɑɣosiˈtozə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) vernietiging door een cel van schadelijke bestanddelen die in het levend weefsel zijn binnengedrongen
Etymologie
*afgeleid van fagocyt
Vertalingen
Engelsphagocytosis
Fransphagocytose
DuitsPhagozytose
Spaansfagocitosis
Poolsfagocytoza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek