fonetiek

vrouwelijk (de)/ˌfoneˈtik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) het onderdeel van de taalwetenschap dat zich bezighoudt met de bestudering van alle fysiologische, fysische en perceptieve aspecten van spraakklanken
    Binnen de fonetiek is het van groot belang een duidelijke schriftelijke weergave voor spraakklanken te hebben.

Etymologie

*afgeleid van foon

Vertalingen

Engelsphonetics
Fransphonétique
DuitsPhonetik
Spaansfonética
Italiaansfonetica
Portugeesfonética
Zweedsfonetik