fonkelen

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) lichtflitsjes afgeven, door weerkaatsing of het oplichten van vonken
    De champagne fonkelde in de glazen.
    Zo ver je kon kijken waren de bergen bedekt met sneeuw, fonkelend in de ochtendzon.

Etymologie

* Ontleend aan Duits "funkeln", gedeeltelijk aangepast aan (of beïnvloed door) Nederlands "vonk", in de betekenis van ‘levendig glanzen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1812

Vertalingen

Engelsshimmer
Franschatoyer
Duitsfunkeln
Spaanschispear