fototropie

vrouwelijk (de)/ˌfototroˈpi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) eigenschap van planten dat ze naar het licht toe groeien (of voor wat betreft de wortels: van het licht af)
    Aan de zonnebloem wordt vaak een fototropie toegeschreven die er niet is: de bloemen zouden permanent op de zon gericht blijven en dat veronderstelt een beweeglijkheid die bijna met het blote oog te volgen zou zijn.

Etymologie

*van "Phototropie", gevormd uit "φωτός" (footós) "licht-" en "τρόπος" "wending"