foxterriër

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. naam voor twee verschillende hondenrassen: de gladharige foxterriër en de draadharige foxterriër, rassen speciaal gekweekt voor de vossenjacht
    Een knuffelig hondenwereldje komt tot leven in deze Nederlandse stopmotion-animatieserie naar de kinderverhalen van Sieb Posthuma over (gladharige) foxterriër Rintje. Samen met zijn moeder en vrienden beleeft Rintje vrolijke avonturen.Volkskrant 5 september 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1889

Vertalingen

Engelsfox terrier