foxtrot

mannelijk (de)/ˈfɔkstrɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dans, muziek (dans), (muziek) stijldans in vierkwartsmaat

Etymologie

*van "foxtrot", in de betekenis van ‘dans’ voor het eerst aangetroffen in 1919

Vertalingen

Engelsfoxtrot
Fransfoxtrot, fox-trot
DuitsFoxtrott