fröbelen

/ˈfrøbələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. onderwijs ontvangen op een kleuterschool of kinderdagverblijf
  2. vrijblijvend creatief bezig zijn
    Ze raken maar niet gedateerd, de prachtige platen van Grandaddy uit Californië, verschenen tussen 1997 en 2006, vermoedelijk omdat ze ouderwets en modern tegelijk klinken: alsof Neil Young & Crazy Horse aan het fröbelen slaan met laptop en synthesizer, maar zich een beetje inhouden omdat er kinderen liggen te slapen. Volkskrant Menno Pot 3 maart 2017

Etymologie

*(eponiem), afgeleid van de familienaam van de 19e-eeuwse Duitse opvoedkundige , in de betekenis van ‘spelen, vrijblijvend bezig zijn’ aangetroffen vanaf 1898

Vertalingen

Engelsmess around