knutselen

/knʌtsələ(n)/

Wat is de betekenis van knutselen?

knutselen betekent: (inerg) zelf voorwerpen uit liefhebberij vervaardigen met gebruik van gereedschap als hamer, zaag en schaaf

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zelf voorwerpen uit liefhebberij vervaardigen met gebruik van gereedschap als hamer, zaag en schaaf
  2. inerg (inerg) met weinig hulpmiddelen construeren

Voorbeelden van "knutselen" in een zin

  • Hij knutselde graag in zijn vrije tijd.
  • Zij moest erg knutselen om dat kleine stukje hout op de goede plaats te krijgen.
  • Thuis had ik een systeem in elkaar geknutseld met klittenband die de paraplu aan mijn rugzak bevestigde, waardoor ik mijn handen vrijhield voor mijn wandelstokken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘fabrieken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1785

Vertalingen

Engelstinker
Fransbricoler
Duitsbasteln
Spaansbricolar