knutselaar

mannelijk (de)/ˈknʏtseˌlar/

Wat is de betekenis van knutselaar?

knutselaar betekent: iemand die knutselt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die knutselt
  2. iemand die iets niet goed kan doen

Voorbeelden van "knutselaar" in een zin

  • Als het aan Rolf Hut ligt maak je iets veel en veel leukers: „Niet iets moois, maar iets geweldigs dat echt werkt” – zoals een hond met lichtgevende ogen. Rolf is een wetenschappelijk onderzoeker, die in het dagelijks leven meetapparatuur bouwt. Maar hij is ook een handige knutselaar, die heel graag surprises maakt met technische snufjes. NRC Karel Berkhout 25 november 2016

Betekenis en uitleg van knutselaar

Een knutselaar is iemand die graag met zijn handen werkt en creatief bezig is met het maken van allerlei dingen. Dit kan variëren van het bouwen van speelgoed tot het maken van decoraties en kunstwerken.

Het woord 'knutselaar' wordt vaak gebruikt in de context van hobbyisten en kinderen die plezier hebben in het creëren van unieke objecten. Knutselen kan een ontspannende activiteit zijn, maar ook een manier om vaardigheden te ontwikkelen. Het impliceert een zekere mate van creativiteit en inventiviteit, vaak met eenvoudige materialen.

Voorbeelden

  • Mijn dochter is een echte knutselaar; ze maakt de mooiste kaarten voor speciale gelegenheden.
  • Tijdens de zomervakantie organiseert de bibliotheek een knutselmiddag voor jonge knutselaars.
  • Als knutselaar vind ik het heerlijk om oude meubels een nieuwe uitstraling te geven met verf en wat creatief inzicht.

Woordoorsprong

Het woord 'knutselaar' komt van het werkwoord 'knutselen', wat betekent om op een creatieve en vaak speelse manier te werken met materialen.

Veelgestelde vragen over knutselaar

Wat is de betekenis van knutselaar?

knutselaar betekent: iemand die knutselt

Hoeveel betekenissen heeft knutselaar?

knutselaar heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft knutselaar?

knutselaar is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van knutselaar?

Synoniemen van knutselaar zijn: hobbyist, klusser, sleuteraar, prutser, futselaar.

Hoe gebruik je knutselaar in een zin?

Voorbeeld: “Als het aan Rolf Hut ligt maak je iets veel en veel leukers: „Niet iets moois, maar iets geweldigs dat echt werkt” – zoals een hond met lichtgevende ogen. Rolf is een wetenschappelijk onderzoeker, die in het dagelijks leven meetapparatuur bouwt. Maar hij is ook een handige knutselaar, die heel graag surprises maakt met technische snufjes. NRC Karel Berkhout 25 november 2016

Etymologie

* van knutselen

Vertalingen

Engelsdabbler, dilettante
Spaansaficionado