knutsel

Wat is de betekenis van knutsel?

knutsel betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knutselen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knutselen
  2. gebiedende wijs van knutselen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knutselen

Voorbeelden van "knutsel" in een zin

  • Ik knutsel.
  • Knutsel!
  • Knutsel je?