fractuur
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een botbreuk
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘breuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1560
Vertalingen
Engelsfracture
Fransfracture
DuitsFraktur
Spaansfractura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek