fractie
vrouwelijk (de)/ˈfrɑksi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- breuk, deel van een geheel, klein deelDe marktwaarde van de beurs van Moskou, de beurswaarde van alle genoteerde beursfondsen, was begin dit jaar 650 miljard dollar en daar is nog maar een fractie van over. [https://nos.nl/collectie/13893/artikel/2421941-oorlog-sancties-en-een-gesloten-beurs-gigaverlies-voor-beleggers-in-rusland nos.nl (20 mrt 2022)]
- (politiek) de gezamenlijke vertegenwoordigers van een politieke partij in een volksvertegenwoordiging;
- (politiek), (verouderd) zich afzonderende groep binnen een politieke partij
- (natuurkunde) elk verdampingsstadium van een mengsel van stoffen met verschillend kookpunt
Etymologie
*van Latijn fractio breuk, gedeelte, misschien via fraction
Vertalingen
Engelsfraction, parliamentary group, parliamentary party
Fransfraction, groupe parlementaire, groupe politique
DuitsFraktion, Fraktion, Klub
Spaansfracción, número quebrado, grupo parlamentario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek