franje
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfrɑɲə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) reeks afhangende draden die ter versiering aan de rand van een kleed of kledingstuk gehangen wordenIk zoek nog een hemd met franjes.
- (figuurlijk) geheel van bijzaken die zonder problemen kunnen ontbreken, overbodige opsmuk/versieringHet evenement werd gehouden zonder onnodige franje.
Etymologie
*via Middelnederlands "fringe" van "fringe", vergelijk "frange"; in de betekenis van ‘overbodige opsiering’ voor het eerst aangetroffen in 1704
Vertalingen
Engelsfringe
Fransfrange
Spaansfleco
Russischбахрома
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek