frappe

vrouwelijk (de)/frɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. communicatie (communicatie) verassend onderdeel van een boodschap waardoor de strekking nog meer opvalt, het punt waar het op aankomt
    Weg gaat over millennials tegen de babyboomers. En die babyboomers kunnen ook de veeleisende klanten zijn, met wie Neuteboom wordt geconfronteerd als ze achter de toonbank in de slagerij staat. Daarover vertelt ze buitengewoon kleurrijke verhalen. Maar iets te vaak eindigt zo’n verhaal met geëxalteerde afschuw – zonder een doordachte frappe waarmee die vorige generatie afdoende op haar nummer wordt gezet.

Etymologie

*van "frappe", wellicht onder de invloed van het e "frapperen"