clou

mannelijk (de)/klu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meest wezenlijke of belangrijke deel, waar het allemaal om gaat
    Een centraal meldpunt voor zorgverleners had hier een oplossing kunnen bieden. Inmiddels heeft het ziekenhuis afspraken met Veilig Thuis, dat is een advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en zorgverleners die bij patiënten thuis komen, zoals ambulancediensten en thuiszorg. Vrolijk: „De clou is vaak de verbinding leggen tussen de zorgverleners.” NRC Michiel Dekker 15 juni 2016
  2. kern van een grap of verhaal
    Hier prijsgeven dat Rachel geen prostituee maar een schoonmaakster was, voelt door de opzet van haar boek een beetje als de clou van een thriller onthullen. Maar die kennis is nodig om Murphy’s theorie te begrijpen over het motief van Van Goghs zelfverminking. NRC 12 juli 2016
    Een onbekende stem vertelde een eindeloos lange mop met een zeer matige clou, maar ik was allang blij afgeleid te worden.

Etymologie

* van "clou", in de betekenis van ‘het wezenlijke, pointe’ voor het eerst aangetroffen in 1899