fraseologie
vrouwelijk (de)/ˌfrazeˌjoloˈɣi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) geheel van gezegden, uitdrukkingen en idioom in een taal en de bestudering daarvanIn mijn bijdrage wil ik de aandacht vestigen op het probleem van de fraseologie (in de westerse taalkunde beter bekend als idiomatiek - over de terminologie kom ik nog te spreken) bij het aanleren van het Nederlands als vreemde taal.
- (taalkunde) zinsbouw en woordgebruik van een spreker of schrijverHussein van Jordanië, dezelfde die de afgelopen week verzoenende woorden sprak aan het graf van Rabin, zou Israel in de pan hakken. Zijn Arabische broeders in Syrië en Irak zouden Israel van de kaart vegen en Nasser zou de Israeli's de zee in drijven. De wereld wist toen nog niet dat een belangrijk deel van die moordzucht fraseologie was. Niet een van de verenigde Arabische buren wist zijn agressieve ambities waar te maken.
Etymologie
**[2] in de betekenis van ‘woordkeus van een schrijver’ voor aangetroffen vanaf 1885
Vertalingen
Spaansfraseología
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek