frasering

vrouwelijk (de)/fraˈzerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het in frasen onderverdelen, met name gezegd van het articuleren van afzonderlijke muzikale zinnen in een muziekstuk, dat hierdoor als geheel beter moet klinken
    De frasering van een melodie.
    Je speelt werkelijk verdienstelijk, Bram, veel aandacht voor detail en je frasering ademt.' {{Aut|Sandes, David

Etymologie

* van fraseren .

Vertalingen

Engelsphrasing, musical phrasing
Fransphrasé
DuitsPhrasierung
Russischфразировка
Poolsfrazowanie
Zweedsfrasering
Deensfrasering