fatsen

/ˈfɑtsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, onderwijs (inerg) (onderwijs) (Belgisch-Nederlands) zonder toestemming afwezig zijn bij lessen op school
    Wat betekent ’spijbelen’? In Antwerpen heet dat ‘fatsen’.
    jonge schilders:Het liedje dus uit Rubens tijd,Van fatsen en ravotten?consuls en poorters:Van fatsen en ravotten....De jeugd was toen wat gij nu zijt.jonge schilders:‘Ravotten, komt ravotten!Zulk weer is voor geen zotten:Vandaag ter schole niet!’
  2. inerg, informeel, verouderd (inerg) (informeel) (verouderd) zich langzaam of met enige inspanning te voet verplaatsen

Etymologie

**: mogelijk verwant aan "vadsig"

Uitdrukkingen

  • op de fatsen zijn