wandelen

/ˈwɑndələ(n)/

Wat is de betekenis van wandelen?

wandelen betekent: (erga) gericht een wandeling maken

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) gericht een wandeling maken
  2. inerg (inerg) ongericht een wandeling maken

Voorbeelden van "wandelen" in een zin

  • Ik ben gisteren naar de Griete gewandeld.
  • De moeder van 11 kinderen had pas op latere leeftijd het wandelen ontdekt.
  • Mijn vader heeft altijd veel gewandeld.
  • Je ziet natuurlijk wel het verschil tussen een amateur en prof, dat is logisch, maar toch. Ik moet morgen en overmorgen gebruiken om tijdens het wandelen alles in te laten dalen, en mijn geest en lichaam langzaam te transformeren tot Irene.

Betekenis en uitleg van wandelen

Wandelen is de activiteit waarbij je te voet je omgeving verkent, vaak in een ontspannen tempo. Het is niet alleen een manier om van A naar B te komen, maar ook een kans om te genieten van de natuur en je gedachten de vrije loop te laten.

Het woord 'wandelen' wordt vaak gebruikt in de context van recreatie en ontspanning, zoals een weekendwandeling in het park of een lange trektocht in de bergen. Het kan ook een sociale activiteit zijn, waarbij vrienden of familie samen de natuur ingaan. Wandelen kan bovendien een manier zijn om te mediteren of creatieve ideeën op te doen.

Voorbeelden

  • Elke zondag gaan we wandelen in het bos, het is een heerlijke manier om de week te ontspannen.
  • Tijdens mijn vakantie in de bergen heb ik uren gewandeld en genoten van het prachtige uitzicht.
  • Wandelen met een goede vriend helpt me altijd om mijn hoofd leeg te maken en nieuwe perspectieven te ontdekken.

Woordoorsprong

Het woord 'wandelen' komt van het Middelnederlandse 'wandelen', dat 'ronddolen' of 'zich bewegen' betekende. Het heeft verwantschap met woorden als 'wand' en 'ronddwalen'.

Veelgestelde vragen over wandelen

Wat is de betekenis van wandelen?

wandelen betekent: (erga) gericht een wandeling maken

Hoeveel betekenissen heeft wandelen?

wandelen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je wandelen in een zin?

Voorbeeld: “Ik ben gisteren naar de Griete gewandeld.

Etymologie

*: wander

Vertalingen

Engelswalk, go for a walk, stroll
Fransse promener
Duitswandern
Spaanspasear, caminar
Poolsspacerować