frater
mannelijk (de)/fratər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) bepaald soort vogel, , uit de vinkenfamilie's Winters komen fraters ook in Nederland voor.
- (religie) broeder van bepaalde congregaties die vaak in het onderwijs werkzaam zijn
Etymologie
**[2] in de betekenis van ‘broeder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1544
Vertalingen
Engelstwite
Franslinotte à bec jaune
DuitsBerghänfling
Poolsrzepołuch
Zweedsvinterhämpling
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek