frats
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- Dwaze streek, bevliegingDe jongen haalde rare fratsen uit toen hij dronken was.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gril’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1684
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek