gril
mannelijk (de)/ɣrɪl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onwillekeurige rilling, vooral veroorzaakt door afschuwZe kon bij die aanblik haar grillen nauwelijks de baas blijven.
zelfstandig naamwoord
- onredelijk en willekeurig gedragIk heb genoeg van je grillen en kuren.
Etymologie
*[C] "grillen" "roosteren" zonder de uitgang -en
Vertalingen
Engelscaprice, whim
Spaanscapricho
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek