grijzigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat grijskleurig isJaap zag Leentje en Gerard samen rijden, het rood der mouwen zwieren door de grijzigheid.
- iets dat heel saai en kleurloos is
Etymologie
*afleiding van grijzig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek