grijn
mannelijk (de)/ɣrɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- chagrijnig, vervelend, somber, klagend persoon
- rozijn
- mondzweer
Etymologie
*(nomact) "grijnen", cognaat met grijn en grienen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*(nomact) "grijnen", cognaat met grijn en grienen