woorden
boek
Start
›
B
›
brompot
brompot
mannelijk (de)
/'brɔmpɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
Een persoon die altijd boos is, vaak een oudere man.
Gé en Arie zijn twee oude brompotten die zich vaak druk maken om allerlei zaken.
Verwante woorden
brom
brombas
brombeer
bromberen
bromde
bromden
Bromelia
bromelia's
bromeliaatje
bromeliaatjes
bromfiets
bromfietscertificaat
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← brompijp
brompotten →