woorden
boek
Start
›
B
›
brombeer
brombeer
mannelijk (de)
/'brɔmber/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een vervelend, lastig, knorrig persoon
Synoniemen
brompot
bromsnor
chagrijn
mopperaar
iezegrim
kankeraar
mopperkont
nurks
pruttelaar
grompot
Vertalingen
Engels
grumbler
Duits
Brummbär
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← brombas
bromberen →