bevlieging
vrouwelijk (de)/bəˈvliɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zomaar opkomende lust, gril, hypeHij kreeg plotseling een bevlieging.Ze had het op een bevlieging gehouden.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van bevliegen .
Vertalingen
Franscoup de tête
Spaansrapto, arranque, capricho
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek