frauderen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) fraude plegen, oneerlijk handelenEr is bij die zaak grof gefraudeerd.
Etymologie
*afgeleid van het Franse frauder ()
Vertalingen
Engelsdefraud, swindle
Fransfrauder
Spaansdefraudar, estafar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek