frauderen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) fraude plegen, oneerlijk handelen
    Er is bij die zaak grof gefraudeerd.

Etymologie

*afgeleid van het Franse frauder ()

Vertalingen

Engelsdefraud, swindle
Fransfrauder
Spaansdefraudar, estafar