Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

freezer

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfriːzΙ™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek, voeding (techniek), (voeding) een toestel waarmee men zaken kan invriezen, m.n. op korte termijn bederfelijke etenswaren
    De Dalniy Vostok was een freezer trawler'. Zulke schepen gebruiken grote netten die over de zeebodem slepen, een methode waar milieuorganisaties fel tegen protesteren. De gevangen vis wordt aan boord verwerkt en ingevroren.
    Een freezer farm' in Michigan (VS), waar grote hoeveelheden Pfizer-vaccins bij -70 graden Celsius worden bewaard

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels