vriezer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een toestel bedoeld om voedingsmiddelen in bevroren toestand gebracht, te bewaren
Etymologie
* van vriezen
Vertalingen
Engelsfreezer
Franscongélateur
DuitsGefrierschrank
Spaanscongelador
Italiaanscongelatore
Turksdipfriz, derin dondurucu, donduraç
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek