vriezer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een toestel bedoeld om voedingsmiddelen in bevroren toestand gebracht, te bewaren

Etymologie

* van vriezen

Vertalingen

Engelsfreezer
Franscongélateur
DuitsGefrierschrank
Spaanscongelador
Italiaanscongelatore
Turksdipfriz, derin dondurucu, donduraç