vaatziekte

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) aandoening van de bloedvaten, vaak in combinatie met hartziekte (hart- en vaatziekten)
    Aderverkalking is een veel voorkomende vaatziekte.
    Ik keek ervan op dat volgens dit onderzoek mensen die elke dag minstens 30 minuten lopen een beduidend lagere kans op hart- en vaatziekte, darmkanker, borstkanker en dementie hebben.

Etymologie

*samenstelling van (bloed)vat en ziekte