fricatief

mannelijk (de)/ˌfrikaˈtif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
    In het Nederlands worden stemhebbende fricatieven, net als stemhebbende plosieven, aan het eind van een lettergreep stemloos gemaakt.

Etymologie

* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘wrijvingsmedeklinker’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912

Vertalingen

Engelsfricative
Fransfricative
DuitsFrikativ, Reibelaut