fruitteelt
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tuinbouw) de tak van tuinbouw die zich bezighoudt met het telen van fruitDe Betuwe is bekend om haar fruitteelt.
Vertalingen
Fransfruiticulture, fruticulture
DuitsObstbau
Spaansfruticultura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek